Judas

Judas is de laatste 'algemene brief' die in ons Nieuwe Testament te vinden is. Het is na 3Jh, 2Jh en Fm het kortste boek in het Nieuwe Testament. De apostel houdt zich hoofdzakelijk bezig met de strijd van het geloof. Hij houdt de gelovigen voor te vechten voor hun geloof. Meestal wonen en werken godzalige en goddeloze mensen door elkaar heen. Zij die leven voor God en die voor zichzelf leven wonen naast elkaar. Iemand die God liefheeft zit naast iemand die God niet liefheeft op hetzelfde kantoor. Ook in de gemeente komt die verscheidenheid voor. We hebben weinig openbaren samenkomsten waar enkel mensen aanwezig zijn die God liefhebben.

Jd wil zijn lezers vandaar beschermen tegen dwalingen die gebracht worden door mensen die gemakkelijk over de genade spreken, maar leven in de losbandigheid en wetteloosheid. Die dwaalgeesten noemen zich christen en zijn dikwijls lid van de christelijke gemeente.

Vanuit deze achtergrond is Jd het enige nieuwtestamentische boek dat uitvoerig het gevecht tegen de dwaalleer en dwaalpraktijk bestrijdt.1 De schrijver gebruikt felle woorden met kritiek recht voor de raap en ernstige dreigingen van Gods oordeel. Het is geen donderpreek, maar wel een ernstige preek. Het is geen preek van hel en verdoemenis, maar wel een waarschuwing: als je alleen voor jezelf leeft zou dat wel eens je eindbestemming kunnen worden. Ondanks dat Jd geen citaten uit het Oude Testament bevat, gebruikt hij minstens negen verwijzingen naar het Oude Testament: (1) de uittocht uit Egypte (vs5), (2) de rebellie van de engelen (vs6), (3) Sodom en Gomorra (vs7), (4) Mozes’ dood (vs9), (5) Kaïn (vs11), (6) Bileam (vs11), (7) Korach (vs11), (8) Henoch (vs14-15) en (9) Adam (vs14).

Commentaar op Judas

Reageer


Download commentaar als PDF

Raymond R. Hausoul, Commentaar op Judas (May. 2008 – 0.3mB)

Fotos rondom het onderwerp

1

Documenten van anderen